De ontstaansgeschiedenis van de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder
De ontstaansgeschiedenis van de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder hangt nauw samen met de wordingsgeschiedenis van het Westland. Onderstaande opsomming is overgenomen uit ‘Serc’, onderdeel ‘De geschiedenis van het Staelduinse Bos’ (Klik).
Voor 1200
Na de laatste ijstijd werden er ter hoogte van de kustlijn ondiepten gevormd, die later als zandruggen boven water kwamen en zich vervolgens tot een duinenrij ontwikkelden. In de luwte achter deze duinen vormde zich in de loop der tijd een dik veenpakket. Regelmatig terugkerende zee-inbraken zorgden ervoor dat over dit veen een laag klei werd afgezet. In de duinenrij zaten openingen, waarlangs rivieren in zee uitstroomden. Ten zuidwesten van Monster was zo’n gat. Aan de noordzijde van de rivier werden estuariumruggen gevormd die haaks op de duinenrij stonden: z.g. haakwallen. Doordat de rivier zich stapsgewijs in zuidelijke richting verplaatste is er een reeks van haakwallen ontstaan. ’s-Gravenzande, Monster en het Staelduinse Bos liggen op zo’n haakwal.
Ca 1240
Rond 1240 werd de Maasdijk aangelegd. Ten zuiden van de dijk bevonden zich de gorzen, doorsneden door de haakwal van het Staelduin. Rond 1300 moeten er al vissers hebben gewoond op de Staelduinen. Zij visten op zalm met behulp van fuiken en netten, die werden bevestigd aan staken (of stalen), die in de rivierbodem werden geslagen. Vermoedelijk ontlenen de Staelduinen aan deze ‘staelvisserij’ hun naam.
Ca 1500
De uitstroom van de Maas in de zee heeft zich verder naar het zuiden verplaatst. Omstreeks deze tijd is ook ‘De Beer’ gevormd. Daarnaast is er een nieuwe haakwal toegevoegd aan de reeks van haakwallen. In het laaggelegen gorzengebied tussen deze nieuwe haakwal (Den Haak genoemd) en het Staelduin liggen De Bonnen. Deze naam wordt voor het eerst genoemd in 1421. Een ‘bon’ is een omsloot perceel. De Korte Bonnen dankt haar naam aan de ondiepe korte percelen. De percelen in de Lange Bonnen zijn daarentegen juist lang. Via een kreek (de Grote Rel) watert het laaggelegen gebied in zuidoostelijke richting af op de Maas.
Ca 1718
De Maas verlegt haar uitstroom steeds verder in zuidelijke richting, waarbij de omvang van De Beer toeneemt en de Haak van Holland (later Hoek van Holland) ontstaat. Ten zuiden van de Maasdijk hebben diverse aandijkingen plaatsgevonden, zoals de Nieuwlandse polder (1415), de Oranjepolder (1640) en de Noordergors (1665). Er liep een getijdekreek van Staelduinen om de Bonnenpolders tot aan de Oranjeplassen. Deze getijdenkreek kwam direct ten westen van de huidige Oranjeplassen in de Maas uit. Deze kreek heette in de Bonnenpolder de Rel en in de Oranjebuitenpolder het Spui. Omstreeks 1718 werden De Lange Bonnen bedijkt doormiddel van de Bonnendijk en een deel ten oosten van het Spui in de Oranjebuitenpolder door de Spuidijk. De rest van de Oranjebuitenpolder en de Korte Bonnen bleven gevoelig voor overstromingen.
Ca 1780
In de jaren 1776-1778 werden de duintjes op Den Haak versterkt tot een dijk, waardoor ook de Korte Bonnen binnendijks kwamen te liggen. Omdat de afwatering via de Grote Rel richting de Maas niet meer mogelijk was, werd in het midden van de overdijkte duintjes de Haaksluis aangelegd. (Deze sluis is inmiddels verdwenen).
1850
De eerste bewoning verschijnt in het gebied. Rondom het Staelduin is de eerste aanzet van bebossing zichtbaar. Op de vruchtbare droge gronden van het Westland komt de tuinbouw (volle grondteelt) tot ontwikkeling.
1900
Door verzanding van de oude Maasbedding was de haven van Rotterdam onbereikbaar geworden voor grote schepen. Pogingen zoals het kanaal door Voorne en een ingang bij Hellevoetsluis brachten geen soelaas. In 1866 werd daarom gestart met het graven van de Nieuwe Waterweg dwars door de Hoek van Holland. Gelijktijdig met de aanleg van de Nieuwe Waterweg werd het Nieuwe Oranjekanaal aangelegd. Met dit kanaal werd de afwatering van het Westland via de Oranjesluis verbeterd. De Oranjebuitenpolder en de Bonnen, die gezamenlijk een ruimtelijke eenheid vormden, werden door dit kanaal van elkaar afgesneden. Parallel aan de Nieuwe Waterweg werd de spoorlijn aangelegd. Aan het einde van deze spoorverbinding is de nieuwe nederzetting Hoek van Holland ontstaan. In de Bonnenpolder zijn nog een tweetal andere erven verschenen, waarbij er langs de kreek een weg (Bonnenweg) is aangelegd. In het Westland en op De Haak ten zuiden van De Bonnen heeft de tuinbouw zich verder ontwikkeld. Ten behoeve van de tuinbouw is het oostelijke deel van het Staelduin afgegraven. De meeste buitenplaatsen ten noorden van de Maasdijk zijn verdwenen.
1955
De glastuinbouw in het Westland komt tot ontwikkeling. De volle grondteelt in de openlucht maakt plaats voor kassen. Geleidelijk worden de polders en het Staelduin omsloten door kassen. Het zijn met name de aangrenzende gebieden die veranderen, in de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder zelf is de veranderingen van het landschap minimaal. Mede door een bepaling uit 1914 waarin gesteld werd dat de grens tussen handel en industrie (Rotterdam Europoort) en de glastuinbouw van het Westland loopt over de Oranjedijk, het Staelduinse Bos en de Nieuwelandse Dijk, ontwikkelt het gebied ten zuiden van deze lijn zich tot de groene rand langs het Westland.
2004
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de haven van Rotterdam zich sterk uitgebreid met de aanleg van de Europoort en de Maasvlakte. Het Westland heeft zich ontwikkeld tot één van de belangrijkste glastuinbouwgebieden ter wereld en dorpen zoals Hoek van Holland en Naaldwijk zijn sterk gegroeid. Tussen De Bonnen en de Nieuwe Waterweg bevindt zich industrie, een slibdepot en een composteringsbedrijf. Ook is hier eind jaren ’90 de Maeslantkering gerealiseerd. De inrichting van de Bonnenpolder en Oranjebuitenpolder is echter nauwelijks veranderd. Omsloten door kassen, woonwijken en industrie vormen de polders een kleine agrarische enclave. Het open landschap brengt lucht in de verstedelijkte omgeving van glastuinbouw en havenindustrie.

